Calcinatie

Proces bij de productie van portlandcementklinker waarbij calciumcarbonaat wordt ontbonden in calciumoxide en koolstofdioxide (ook: De-carbonatatie )

Nadere omschrijving

Bij de vervaardiging van portlandcementklinker wordt kalksteen (CaCO3) ontbonden in CaO (vrije kalk) en CO2 (koolstofdioxide).

Reactievergelijking: CaCO3 » CaO + CO2

Dit proces vindt plaats in een (klinker-)oven bij hoge temperaturen (tussen circa 700 en 1000oC) en wordt het ook het branden van kalksteen genoemd. De gevormde CaO is daarna in de klinkeroven beschikbaar om met andere componenten verbindingen aan te gaan om zo de verschillende cementmineralen te vormen.

Dit proces is verantwoordelijk voor het grootste deel van bij de cementproductie vrijkomende CO2. Uit de reactievergelijking kan worden berekend dat per ton verwerkte (zuivere) kalksteen 0,44 ton CO2 vrijkomt.

In de cement- en betonwereld wordt voor dit proces zowel de term de-carbonatatie als calcinatie gebruikt.

De term de-carbonatatie wijst op verwijderen van koolstofdioxide uit de kalksteen.

De term calcinatie komt van het mineraal calciet dat voornamelijk uit calciumcarbonaat bestaat. Calciet is een van de meest voorkomende mineralen in de aardkorst en hoofdbestanddeel van onder meer kalksteen, krijtgesteente, mergel en marmer. De naam komt van het Griekse woord voor lijm: chalix. De Engelse term voor kalksteen is limestone.

In de praktijk omvat het proces van de klinkerbereiding naast kalksteen meer grondstoffen en ook meer chemische reacties. Een belangrijk bestanddeel van de gebruikte mergel is klei. Daarnaast worden ook andere grondstoffen toegevoegd om tot de gewenste samenstelling van de portlandcementklinker te komen.

Normen/aanbevelingen/literatuur