Carbonaten

(Carbonates)

Chemische verbinding met koolstof (carbon) en zuurstof, een ion. De chemische formule voor een carbonaat is CO32-(een zout van koolzuur)

Nadere omschrijving

In de betontechnologie hebben we vooral te maken met calciumcarbonaat (chemische formule: CaCO3; het koolzure zout van calcium). Calciumcarbonaat komen we onder meer tegen in toeslagmateriaal uit zee, vooral in de vorm van schelpen. Gebroken harde kalksteen heeft calciumcarbonaat als hoofdbestanddeel. Chemisch/fysisch is het voorkomen van calciumcarbonaat in beton volkomen onschadelijk.

In grof toeslagmateriaal is het gehalte aan schelpen echter beperkt toelaatbaar omdat door de 'schelpvorm' gemakkelijk lucht- of waterlenzen kunnen worden ingesloten. Vooral in monoliet afgewerkte vloeren kan dit ongewenste putjes in het vloeroppervlak veroorzaken.

Voor grof toeslagmateriaal is in NEN 8005, de Nederlandse invulling op NEN-EN 12620, daarom art. 4.5 van NEN-EN 12620 van toepassing verklaard. Het schelpgehalte van grof toeslagmateriaal moet voldoen aan categorie SC10, volgens tabel 10 van NEN-EN 12620.

Normen/aanbevelingen/literatuur

  • NEN-EN 12620, Toeslagmateriaal voor beton;

  • NEN 5905, Nederlandse aanvulling op NEN-EN 12620;

  • NEN-EN 1097-6, Beproevingsmethoden voor de bepaling van mechanische en fysische eigenschappen van toeslagmaterialen;

  • NEN 5922, Toeslagmaterialen voor beton. Bepaling van het gehalte aan carbonaten (Opm. alleen voor fijn toeslag volgens NEN 5905);

  • NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton - deel 1; Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit.