Correctiefactor proefstukken

Een factor om, bij gebruik van afwijkende (kleinere) proefstukafmetingen, het resultaat te corrigeren.

Nadere omschrijving

In Nederland is het gebruikelijk om voor het controleren van de druksterkte van beton kubusvormige proefstukken te gebruiken met een ribbe van 150 mm.

In verband met de beproevingsmogelijkheden kan het noodzakelijk zijn kleinere of grotere proefstukken te gebruiken. In dat geval behoren de resultaten van de kubusdruksterkte f'cn door vermenigvuldiging met de factoren volgens onderstaande tabel te worden gecorrigeerd.

Correctiefactoren proefstukafmetingen (NEN 8005, tabel G)

Ribbe (d) van proefkubus (mm)Correctiefactor
1000,91
2001,05
3001,10

Bij gebruik van proefkubussen met een ribbe d van 158 mm behoeft geen correctiefactor te worden gebruikt.

Bij gebruik van proefkubussen moeten deze elk uit een volgens de hoofdstukken 3 en 4 van NEN-EN 12350-1 afzonderlijk te nemen monster betonspecie ('spot sample') worden vervaardigd.

De proefkubussen moeten voldoen aan 4.1 en 4.2 van NEN-EN 12390-1.

Normen, aanbevelingen, literatuur

  • NEN-EN 206, Beton

  • NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206, Beton

  • NEN-EN 12390 Beproeving van verhard beton, deel 1: Vorm, afmetingen en verdere eisen voor proefstukken en mallen