Hulpstoffen

(admixtures)

Stoffen die in kleine hoeveelheden aan een betonsamenstelling worden toegevoegd, met het doel één of meer eigenschappen van de betonspecie of het verharde beton te beïnvloeden. In het algemeen bedraagt de dosering van een hulpstof minder dan 5% (m/m) t.o.v. de cementmassa

Nadere omschrijving

In beton en betonspecie worden in toenemende mate hulpstoffen toegepast. Meest bekend en toegepast zijn de waterreducerende/plastificerende hulpstoffen. Daarmee kan de benodigde hoeveelheid water in beton worden verminderd, of de verwerkbaarheid worden verbeterd. Superplastificeerders worden vervaardigd op basis van ligninesulfonaat, melaminesulfonaat, naftaleensulfonaat en polycarboxilaat.

Elk van deze producten heeft een eigen kenmerkend gedrag en een bijbehorend gebied van toepassingsmogelijkheden. Waterretentiemiddelen, luchtbelvormers,vertragers en versnellers worden eveneens regelmatig toegepast.

NEN-EN 934-2, de norm voor hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel, geeft een indeling én de eisen met betrekking tot de werking.

Indeling hulpstoffen:

  • waterreducerende / plastificerende stoffen;

  • sterk waterreducerende / superplastificerende stoffen;

  • waterretentiemiddel;

  • luchtbelvormer ;

  • bindtijdversneller;

  • verhardingsversneller;

  • vertragende stof;

  • verhoging van de weerstand tegen waterindringing.

Hulpstoffen worden zowel in poedervormige als vloeibare vorm verwerkt. In betonspecie worden meestal vloeibare hulpstoffen toegepast. Poedervormige hulpstoffen zien we meestal in droog voorgemengde mortels en bij heel specifieke producten, zoals colloïdale hulpstoffen (hulpstoffen die uitspoeling van betonspecie in water tegengaan).

Normen/aanbevelingen/literatuur