Korrelgrootteverdeling

(Particle-size distribution)

De opbouw van het toeslagmateriaal, bepaald door middel van een zeefanalyse.

Nadere omschrijving

Zevenserie
Zevenserie

In de normen voor toeslagmateriaal is vastgelegd dat de volgende serie zeefopeningen wordt gebruikt (zeefmaten in mm.): 1 - 2 - 4 - 8 - 16 - 31,5 en 63. Voor kleine korrels wordt deze serie aangevuld met de zeefmaten: 0,063 - 0,125 - 0,250 en 0,500.

Verder kunnen nog zogenoemde ‘tussenzeven’ worden gebruikt. In Nederland zijn dat de zeven 2,8 - 5,6 - 11,2 - 22,4 en 45

De korrelgrootteverdeling van toeslagmateriaal heeft grote invloed op de verwerkingseigenschappen en waterbehoefte van betonspecie . In NEN-EN 206 en NEN 8005 zijn echter géén eisen opgenomen met betrekking tot de korrelgrootteverdeling van het toeslagmaterialenmengsel.

In de praktijk wordt daarom wel gebruik gemaakt van ontwerpgebieden (een ‘erfenis’ uit oude Nederlandse betonvoorschriften).

Voorbeeld

Ontwerpgebieden
Ontwerpgebieden

Voor ‘normaal’ dicht beton wordt de laagste waterbehoefte verkregen met een toeslagmaterialenmengsel in ontwerpgebied I.

In ontwerpgebied I + II is het mengsel fijner en zal de waterbehoefte groter zijn.

‘Onder’ ontwerpgebied I is het mengsel grover en zal een tekort aan fijne delen ontstaan.

Normen, aanbevelingen, literatuur

  • NEN-EN 206, Beton

  • NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton

  • NEN-EN 12620, Toeslagmateriaal voor beton

  • NEN 5905, Nederlandse invulling van NEN-EN 12620 Toeslagmateriaal voor beton

  • NEN-EN 13139, Toeslagmaterialen voor mortel

  • NEN 3833, Nederlandse invulling van NEN-EN 13139 Toeslagmaterialen voor mortel