Plastificeerders

(Plasticizers)

Hulpstoffen die de verwerkbaarheid van betonspecie verbeteren en/of de waterbehoefte verlagen

Nadere omschrijving

De verwerkbaarheid van betonspecie is een belangrijke eigenschap en wordt vooral door het watergehalte beïnvloed. Om een betere verwerkbaarheid te bereiken en/of het watergehalte te verlagen bij gelijke verwerkbaarheid, worden plastificerende hulpstoffen gebruikt.

Zowel op basis van samenstelling als op basis van het effect wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone plastificeerders en superplastificeerders .

De belangrijkste grondstof voor gewone plastificeerders is lignosulfonaat. Deze hulpstof wordt doorgaans toegepast met vaste-stofgehaltes tussen 20 en 40% (m/m).

De dosering ligt gebruikelijk tussen 0,4 en 0,8 % (m/m) ten opzichte van het cementgehalte. Bij hogere doseringen kan een vertragende bijwerking optreden. Ook kan de hulpstof bij hogere doseringen lucht inbrengen.

Indien een groter plastificerend effect gewenst is, kan worden overgestapt op een zogenoemde superplastificeerder. Met deze hulpstoffen is een (veel) groter waterreducerend effect mogelijk.

Normen/aanbevelingen/literatuur

  • NEN-EN 480-1, Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel– beproevingsmethoden.

    • Deel 1: Referentiebeton en referentiemortel voor beproevingen.
  • NEN-EN 934 -2, Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel.

    • Deel 2: Definities, eisen, conformiteitscontrole, markering en aanduiding met aanvullingsbladen;
    • Deel 6: Monsterneming, conformiteitscontrole en conformiteitsbeoordeling met aanvullingsblad;

  • Betoniek 13/20 Watermanagement;
  • Betoniek 12/20 Hocus pocus;

  • Betoniek 10/13 Hulpstoffen.