Warmtecapaciteit

(Specific heat)

Het vermogen van een materiaal om energie in de vorm van warmte op te slaan

Nadere omschrijving

De warmtecapaciteit (C) van een materiaal kan worden uitgedrukt als de benodigde hoeveelheid warmte voor een temperatuurstijging van 1 °C.

De eenheid waarin de warmtecapaciteit wordt uitgedrukt is:

  • de warmtecapaciteit van een voorwerp (of hier constructie of constructieonderdeel). Eenheid: J/K-1(dat wil zeggen J/K, joule per Kelvin) of J/°C (joule per graad Celsius).

  • de specifieke warmtecapaciteit: J kg-1 K-1. Dit is een materiaaleigenschap: de warmtecapaciteit per kg materiaal.

De warmtecapaciteit van een betonconstructie bepaalt in welke mate de temperatuur van een pas gestorte betonconstructie stijgt bij een bepaalde warmteproductie of stroming. Daarom is de warmtecapaciteit eveneens van belang als temperatuurveranderingen een rol spelen. De eigenschap wordt beïnvloed door de soortelijke warmte, de dichtheid van het materiaal en door vocht.

De warmtecapaciteit van een vaste massa van 1 kg van een bepaalde stof wordt ook wel thermische capaciteit, soortelijke warmte, specifieke warmte of specifieke warmtecapaciteit genoemd. In dit BetonLexicon gebruiken we de term warmtecapaciteit.

De soortelijke warmte wordt aangegeven in Joule per kg per graad Kelvin en is voor beton, zoals voor de meeste steenachtige materialen, circa 0,85 kJ (kg.K) bij 20 °C.

Voor nog plastische betonspecie ligt deze waarde een factor in de orde van 1,2 – 1,5 hoger.

Omdat de soortelijke warmte en de massa van beton hoog is, is het uitermate geschikt om te fungeren als een warmte-accu, dus voor de opslag van warmte.

Zie ook: thermische massa

Normen/aanbevelingen/literatuur